Crinolines & cie

DE BOURGEOISIE IN VOL ORNAAT (1850- 1890)

28 mei 2015 > 10 april 2016

Aanvankelijk was de crinoline een onderrok die was verstevigd met paardenhaar (crin, vandaar de Franse naam ‘crinoline’ en baleinen, en daardoor een uiterst stijve structuur had. Naderhand werd de onderrok wijder door het gebruik van concentrische hoepels, eerst van riet en later van metaal. Dit nieuwe type werd vanaf 1854 industrieel geproduceerd in Engeland en Frankrijk. De dames kregen daarmee meer speelruimte voor hun benen, maar die waren nu soms ook op een ongepaste manier te zien. Voor hun eerbaarheid droegen de dames daarom linnen pantalons, die ze vroeger alleen bij het dansen en het paardrijden aantrokken.

Er bestaan allerlei soorten onderrokken met hoepels, variërend van modellen waar de hoepels zijn verbonden met linten zodat ze een beweeglijk geheel vormen, tot stoffen onderrokken waar hoepels zijn ingenaaid. Hun vorm evolueerde met de tijd, de mode en de technische innovaties, maar altijd gaven ze het silhouet iets extravagants.

Naar analogie worden zij hoepeljurken genoemd en hebben ze hoepelrokken, nog eens extra benadrukt door de portret-visitekaartjes uit Brusselse ateliers.  Deze kleine foto's (6 x 9 cm) die in 1854 een uitvinding waren van André Disden, gaven de bourgeoisie de kans om haar sociale succes in de kijker te zetten.

Met de steun van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Bruxelles-Capitale
Collections

Collections Crinolines & Cie