Samenstelling van de collecties

Het stadsbestuur richtte het museum op in 1977 als eerbetoon aan het roemrijke verleden van het Brusselse textiel. Sindsdien werd een verzameling opgebouwd rond een oorspronkelijk zeer bescheiden kern. Als bewaarder van het gemeenschappelijk erfgoed toont het museum vandaag telkens een deel van zijn collectie door middel van tijdelijke tentoonstellingen zodat het publiek een idee krijgt hoe de verzamelingen aangroeien. 

Ook de iconografische verzameling is sterk aangegroeid. Onze wetenschappelijke bibliotheek werd aangevuld met hele collecties geïllustreerde modetijdschriften, geschonken of aangekocht op openbare veilingen of bij particulieren. Het museum verwierf bovendien enkele portretten die interessant zijn voor de geschiedenis van de mode en gaf daarbij de voorkeur aan werken van Belgische en Brusselse schilders. Deze soort documenten zijn onmisbaar gebleken voor de datering van de kostuums, maar ze kunnen eveneens worden gebruikt om het tentoongestelde textiel te omkaderen. 

Conservatie - restauratie

Iedere tentoonstelling geeft aanleiding tot een restauratiecampagne. De uitgekozen voorwerpen worden nagekeken, hersteld of gereinigd. Voor sommige kledingstukken en vooral deze van kant, moet een voering of zelfs een onderkleed worden gemaakt. De meeste van deze taken vertrouwt het Museum toe aan externe specialisten, omdat het niet over een restauratieatelier beschikt. Bovendien maakt de diversiteit van de collectie dat er evenveel specialisten als types van voorwerpen nodig zijn.

Aankopen op openbare veilingen

Sinds een paar jaar kunnen we, dankzij het feit dat de overheid zich bewust is geworden van de noodzaak om het textielerfgoed van de Stad Brussel te verrijken, opnieuw deelnemen aan openbare verkopen georganiseerd door grote veilinghuizen in het buitenland.

Twee recente aankopen op openbare verkopen illustreren perfect de pertinentie hiervan: na het overlijden van prinses Lilian de Réthy hebben haar erfgenamen haar indrukwekkende garderobe laten veilen in Londen. Wij konden er drie stukken verwerven: een amazonekostuum van Severin, een Brussels modehuis dat vandaag verdwenen is, een japon van Givenchy en een gedeeltelijke inventaris van de garderobe van de prinses uit de jaren 1950-1960, bestaande uit schetsen en staaltjes van de stoffen gebruikt voor creaties van Dior, Saint Laurent, Balenciaga, Chanel. 

Bij de vereffening van Sabena, in april - mei 2003, kocht het Museum een exemplaar van de twee laatste winter- en zomeruniformen van het boordpersoneel, gecreëerd door Olivier Strelli. Deze zijn samengesteld uit een veertigtal onderdelen, alsook de bijbehorende accessoires en een reeks tekeningen die een beeld geven van de uniformen van de airhostessen sinds de jaren '40.

De steun van antiquairs

Soms verkiest de antiquair er voor om, uit zorg voor het Brusselse en Belgische erfgoed, interessante collecties te vrijwaren van buitenlandse openbare verkopen en de primeur te geven aan het museum. Het museum kan op die manier zijn collecties verrijken,  vooral wanneer het gaat om werk van Brusselse modehuizen.

De bijdrage van particulieren

De tentoonstellingen hebben ook altijd het verder aangroeien van de collecties tot gevolg, omdat ze enthousiaste bezoekers aanzetten tot het schenken van voorwerpen in relatie tot het thema van de tentoonstelling in kwestie. Het museum aanvaardt die stukken in de mate dat ze de verzamelingen aanvullen en dat hun toestand geen grotere restauratiekosten met zich meebrengt dan hun waarde of hun belang verantwoordt. De conservator, de enige die een algemeen zicht heeft op de verzamelingen, speelt een cruciale rol bij deze strikte selectie.